44 van de 50: zo lees je de cijfers rond het CBR-theorie-examen

Twee getallen, en ze meten niet hetzelfde
Rond het theorie-examen circuleren twee getallen die op elkaar lijken en heel verschillende dingen doen. Het ene getal is 44, en dat is het aantal vragen dat je goed moet hebben. Het andere is het slagingspercentage van een groep kandidaten, en dat wordt vaak gelezen alsof het je persoonlijke slaagkans is, wat het niet is. Een norm zegt wat er van jou wordt gevraagd, terwijl een percentage achteraf een hele groep beschrijft. Zie je het verschil, dan weet je op examendag beter waar je op moet letten.
Wat veranderde er op 7 april 2025?
Sinds 7 april 2025 ziet dat examen er anders uit. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) paste het theorie-examen voor het autorijbewijs toen aan. Er zijn nu 50 vragen in plaats van 65, en de drie aparte onderdelen zijn samengevoegd tot één geheel. Daardoor telt er nog maar één grens voor het hele examen. Om te slagen moet je binnen een half uur minstens 44 vragen correct beantwoorden. Trek 44 af van 50 en je weet dat de norm je zes fouten toestaat, en die zes gelden alleen voor jouw eigen antwoorden.
Een norm rekent met jouw antwoorden, een gemiddelde met die van anderen
Het verschil zit in wat er wordt opgeteld. Een norm kijkt alleen naar jouw eigen antwoorden, want 44 goed blijft 44 goed, hoe de rest van de zaal het ook doet. Een slagingspercentage telt alle examens van een heel jaar bij elkaar op en deelt het aantal geslaagden door dat totaal. Zo’n breuk, een teller gedeeld door een groot totaal, kom je vaker tegen dan alleen in het verkeer. Bij online kansspelen worden naast tafelspellen en kaartspellen ook gokkasten online gespeeld. Het uitbetalingspercentage dat in dat aanbod wordt genoemd, is precies zo’n breuk: het deel van alle inzetten samen dat naar de spelers teruggaat. Over de volgende ronde zegt dat cijfer net zo weinig als het slagingspercentage over jouw examen.
Wat 40 procent wel en niet over jouw ochtend zegt
Precies daar gaat het mis met het slagingspercentage. Volgens de cijfers die Hart van Nederland bij de aankondiging van het vernieuwde examen publiceerde, slaagde in 2022 36 procent direct en in 2023 38,6 procent. Dat zijn cijfers over kandidaten die in één keer slaagden, afkomstig uit de jaarverslagen van het CBR. Datzelfde artikel meldt dat het slagingspercentage over meerdere jaren gemiddeld rond de 40 procent blijft hangen, en dat is een andere maat, want daarbij staat niet vermeld over welke pogingen het gaat. Allebei beschrijven ze een hele groep kandidaten. Over jouw ochtend zeggen ze niets, en dat is eerder geruststellend dan andersom, want daar telt alleen welke onderwerpen jij wel en niet beheerst.
Wat merk je op de examendag van het nieuwe systeem?
Het CBR maakte in maart 2026 bekend dat alle 20 theorielocaties overgaan op CAS, een nieuw systeem voor het afnemen van alle theorie-examens, zo meldde Nieuwsmotor. Het CBR gaat de software volgens die aankondiging gefaseerd invoeren vanaf begin april. Als alles gaat zoals voorzien, zouden alle locaties er volgens de planning van het CBR vanaf begin juli mee werken. Voor een B-kandidaat verandert vooral de manier waarop je het examen start. Je krijgt aan de balie een bon met een afnamecode, kiest in de examenzaal zelf een vrije plek en start het examen met die code.
Wat toetsen die animatiefilmpjes eigenlijk?
Het examen wil sinds de vernieuwing vooral zien of je een situatie kunt lezen. Het CBR liet aan persbureau ANP weten dat de filmpjes elementen van gevaarherkenning toetsen, zoals waarnemen en voorspellen. Je geeft aan wat er gaat gebeuren of hoe je daarop zou handelen. “In deze vernieuwde vorm kunnen we beter toetsen of de kandidaat de verkeersregels kent en deze in verschillende situaties kan toepassen”, aldus een CBR-woordvoerder in het bericht van Hart van Nederland uit februari 2025. Voorspellen is dus vooruitkijken en je handelen daar alvast op afstemmen. Vooraf iets vastleggen werkt buiten de examenzaal net zo: volwassenen die online spelen, stellen van tevoren een stortingslimiet en een speellimiet in. Verantwoord spelen begint bij zo’n grens vooraf.
Waar je de laatste week het meeste aan hebt
Zes fouten is de ruimte die de norm je toestaat, en die kun je zelf kleiner maken. Zoek uit bij welke twee of drie onderwerpen je ze steeds maakt, want daar valt in de laatste week de meeste vooruitgang te boeken. Oefen daarna ook met de klok erbij, zodat je merkt hoeveel tijd je per vraag nodig hebt. Het examen kent namelijk één tijdslimiet van een half uur voor het geheel, niet per vraag. Pas als het certificaat binnen is, wordt de volgende vraag interessant: welke van de beste eerste auto’s voor starters bij je past.
